De Betrouwbare Mannetjes

Voor een Betrouwbare Mening

5. Medelijden

foto-7

Hoe deden die anderen dat toch? Daar stonden ze, de aasgieren. Ze staarden hem aan, de armen gekruist. Wat had hij daarop te zeggen? Nou? Hij blikte nog eens naar zijn ambtenaren. Niemand schoot hem te hulp. Nou? Driftig zocht hij in de losse A4’tjes naar woorden die hem ook niet zouden helpen. Hij zou het weer over die conversie kunnen hebben. Of misschien moest hij nog iets opschalen? Of uitklaren? Hij kon het best. Gewoon, een stukje betrokkenheid tonen, een stukje vertrouwen uitstralen, en dan een stukje verantwoording afleggen. Desnoods zou hij het project kunnen doorrollen of weer een paar nieuwe queries kunnen draaien. Toch? God, wat zei hij toch allemaal? Hij wist zelf niet eens wat dat betekende.

De Betrouwbare Mannetjes konden het nauwelijks aanzien. En niet alleen omdat we geen idee hadden waar het debat over ging. Dat laatste leek overigens weinig uit te maken. Frans Weekers zou woensdagavond zelfs over een dode Russische asielzoeker zijn gestruikeld. Daar viel geen project tegen door te rollen. Als een teleurgestelde Charlie Brown slofte hij de Kamer uit. Stukje draagvlaktekort. Arme Frans. Je zou toch het liefst een arm om hem heen slaan. De stumperd.

De commentatoren lieten de scherpe pennen maar in het etuitje. Het was allemaal al pijnlijk zat. Ook zijn collega’s konden hun erbarmen niet verbergen. Jeroen Dijsselbloem roemde hem om zijn strijd tegen fraude, Halbe Zijlstra bleef herhalen dat hij de eer echt helemaal aan zichzelf had gehouden, en Fred Teeven vond het jammer voor zijn ‘goeie vriend’ maar die had het debat verder niet gezien, want hij was er lekker vroeg ingekropen. Toch, de collega’s hadden stuk voor stuk respect voor zijn besluit. Nog nooit in zijn zeventienjarige loopbaan had Frans Weekers zoveel complimenten gehad.

Medelijden. De Betrouwbare Mannetjes wensen het hun ergste vijand nog niet toe. Bij de enkels afgezaagd, door het slijk gehaald, zwart gemaakt, alles is beter dan medelijden. En een beetje deugdelijk debat levert het ook al niet op. Niemand wil zijn vingers branden aan de zielepoot. Het was natuurlijk best leuk geweest om die bolle een beetje te plagen, maar toen hij eenmaal in zijn broek had geplast was de lol er wel van af. Nu restte er niets anders dan een aai over de bol. Hij had zijn natte broek helemaal zelf uitgekregen. Knap hoor. Nee, medelijden is karaktermoord met een fleece dekentje en een kop thee. Een hufter kan altijd nog voorzitter worden van, pak ‘m beet, Bouwend Nederland. Maar die arme Frans, wat moet die nu?

Daarom offeren wij ons wel op. Meneer vond zichzelf kennelijk belangrijker dan die arme mensen die die toeslagen nodig hadden. Met zijn vrolijke toet, en die ijdele reclamemast, en die rare managerstaal. En hadden we al gezegd dat hij uit Limburg komt? Nee hoor, opgerot staat netjes. Doet u anders mee? Hij kan het goed gebruiken.

Voor de volgende week adviseren wij u de volgende mening:

Frans Weekers is een ongehoorde hufter.

Veel plezier van uw nieuwe mening!

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

Information

This entry was posted on 03/02/2014 by in Columns Volkskrant.